Kijk altijd eerst op het wasetiket dat is ingenaaid in het kledingstuk. De wassymbolen die op het etiket staan geven aan hoe het kledingstuk het beste kan worden gereinigd. Bij chemisch reinigen weet de stomerij hoe het moet. Voor wassen, drogen en strijken volgen hier nog wat handige algemene tips.
- Lees het gebruiksvoorschrift van het wasmiddel. Gebruik zo weinig mogelijk wasmiddel.
- Was of ontvlek nieuwe kleding niet plaatselijk, er kan kleurverschil ontstaan.
- Bij katoen en viscose kleding zijn vetvlekken wel eens moeilijk te verwijderen met een wasmiddel zonder bleekmiddel. Spuit de vetvlek in met afwasmiddel, zoals b.v. vloeibaar Dreft of Dubro, een paar uur laten intrekken, daarna wassen volgens het aangegeven wasvoorschrift en de vetvlek is verdwenen.
- Was gekleurde kleding de eerste paar keren apart of met de zelfde kleur. De kleur kan afgeven. Gebruik wasmiddelen zonder bleekmiddel om de kleur mooi te houden. Was kleding altijd binnenstebuiten.
- Wassen in de wasmachine heeft de voorkeur als dit wordt aangegeven op het wasetiket.
- Als handwas moet volgens het wasetiket, los dan eerst het wasmiddel op in lauw water, niet warmer dan 30° en doe dan pas het kledingstuk er in. Goed onderdompelen, kort wassen, niet in het sop laten staan maar snel en grondig uitspoelen in water van dezelfde temperatuur als het waswater. Wollen en zijden kleding extra voorzichtig wassen, niet wringen, niet wrijven, niet boenen.
- Pas op met centrifugeren want er zijn artikelen die absoluut niet gecentrifugeerd mogen worden, zoals zijde en wol. Doe kleding altijd zo kort mogelijk en weer binnenstebuiten in de centrifuge.
- Kijk weer goed op het wasetiket of drogen in de droogtrommel mag. Als het mag, bedenk dan : hoe hoger de droogtemperatuur, des te hoger de krimp. Zijde, wol en polyester mogen nooit in de droogtrommel.
- Laat gebreide kleding liggend op een handdoek drogen.
- Geweven kleding en katoenen tricot, liefst hangend op een kleerhanger laten drogen.
- Laat kleding niet buiten drogen in de zon. Gekleurde kleding verschiet ervan en witte kleding vergeelt.
- Kijk voordat je gaat strijken weer goed op het wasetiket voor de toegestane temperatuur en of het kledingstuk wel gestreken mag worden.
- Strijk een kledingstuk zoveel mogelijk aan de binnenkant. Dit voorkomt glans- en plet- plekken.
- Strijk katoenen kleding in vorm als het nog iets vochtig is. Goed uitstrijken scheelt aanzienlijk in de krimp
- Wollen en zijden kleding kunnen het beste met een vochtige doek onder de bout of met een teflon voet, lauw gestreken worden.
- Let op met het strijken met een stoomstrijkijzer. Stoom is altijd 100°. Alleen bij artikelen waar, op het wasetiket 3 puntjes in het strijksymbool staan, mogen met stoom gestreken
|