Graag willen wij u wat achtergrondinformatie geven over stoffen omdat dit zo'n belangrijk en moeilijk aspect is van de kwaliteit en draagbaarheid van onze kleding.`
Garens
Stoffen worden gemaakt van garens. Garens worden gemaakt van grondstoffen: vlas, katoen, aardolie, hout en wol. Van deze grondstoffen worden twee soorten garens gemaakt.
1. Gesponnen garens
Deze worden gemaakt van stapelvezels. Een stapelvezel betekent dat stukken vezel om elkaar heen gedraaid worden (spinnen) waardoor er een lange draad ontstaat waarmee je een stof kunt weven of breien. De kwaliteit van het garen bepaalt hoofdzakelijk de kwaliteit van de stof. De kwaliteit van het garen wordt bepaald door verschillende factoren.
- De lengte van de vezel waarvan het garen gesponnen word;
Bijvoorbeeld katoen dat van een hele lange katoenvezel gesponnen is, is heel sterk en meestal duurder. Katoen die van een korte katoenvezel gesponnen is, trek je sneller uit elkaar, is dus veel zwakker maar ook goedkoper. Pillen van stoffen kan komen door het gebruik van een te korte vezel.
Linnen wordt altijd gesponnen van een lange vezel die wordt gemaakt van de stengels van vlas en is daarom sterk.
- Het aantal draaiingen waarmee het garen gesponnen wordt.
Hoog gedraaid garen (twisten) is veel sterker dan garen dat maar een paar keer gedraaid is, dat trek je sneller uit elkaar en is dus zwakker. Het aantal draaiingen van het garen, twisten geheten, bepaalt ook de structuur en het gevoel van de stof. Stof gemaakt van een hoog getwist garen is altijd platter, gladder of glanzender dan een weinig gedraaid garen waar b.v. een wollen trui van gebreid wordt. Ook het weinig twisten van het garen geeft meer risico tot pillen en krimpen of vervilten van de stof.
Stoffen van gesponnen garens zijn meestal natuurlijke stoffen zoals:
wol - katoen - linnen - stapelviscose (hout)
2. Continugarens
Continu- of filamentgaren is een lange eindeloze draad zoals zijde. Als je de cocon van de zijderups afwikkelt is dit een hele lange (continue) draad. Continugaren wordt ook gespoten uit een machine. Zo worden de synthetische en half- synthetische garens gemaakt.
De grondstof van synthetische garens is meestal olie. Uitzonderingen hierop zijn continuviscose (rayon) en acetaat, deze worden tot de half-synthetische garens gerekend omdat de grondstof natuurlijk is (hout) maar het productieproces synthetisch. De kwaliteit of het effect van deze garens wordt bepaald door de fijnheid of de vorm van het spuitproces, b.v. glad of wollig, mat of glanzend. Deze stoffen zijn eigenlijk altijd sterk, pillen niet en krimpen veel minder dan gesponnen garens. Om de natuurlijke stoffen te imiteren worden deze continugarens soms weer in stukjes gehakt om daarna gesponnen en gedraaid te worden, b.v. spun- polyester of fleece. Hierdoor wordt het gevaar voor pillen en krimpen weer net zo groot als bij de gesponnen garens.
Stoffen van continugarens zijn meestal synthetische stoffen zoals:
polyester - polyamide - acryl - elastomeer (heel dun synthetisch rubber elastiek), Lycra = elastomeer (merknaam).
Half-synthetische continugarens zijn : continuviscose (rayon) - acetaat - tri-acetaat.
De enige natuurlijke stof van continu garen is: zijde.
Samengestelde garens
Van al deze garens kun je dus breien of weven maar je kunt ook combinaties van garens maken in een stof door diverse garens om elkaar heen te draaien, dit noemt men twijnen, zoals: linnen/viscose, katoen/polyamide, enz. Van alle mogelijke combinaties van vezels worden tegenwoordig garens gemaakt.
Ook worden er tegenwoordig samengestelde, intieme, garens gemaakt. Dit heeft vaak grote kwalitatieve voordelen. Bijvoorbeeld om een heel dun polyester (continu)garen wordt een viscose (stapel vezel) garen heen gedraaid. Voor de kwaliteit houdt dit in dat de krimp veel minder wordt omdat de intieme polyester kerndraad zorgt dat de viscose niet kan krimpen, bovendien is de intieme polyesterdraad heel sterk dus kan er goedkopere kortevezel-viscose gebruikt worden zonder dat de stof zwak wordt. De consument voelt bovendien alleen de prettige eigenschappen van de viscose als hij het kledingstuk draagt want de huid komt niet in contact met de polyester die, zoals dat heet, intiem gesponnen is. Dus bij stoffen, gemaakt van deze garens heb je de voordelen van een natuurlijke stof, gecombineerd met de sterkte en wasbaarheid van een synthetische stof. Deze stoffen herken je meestal aan het kwaliteitsetiket. Er staat dan 10%, 20% of 30% polyester of polyamide in het kwaliteitsetiket samen met b.v. 70% viscose, katoen, wol of linnen.
Nieuwe garens
De laatste tien jaar zijn er een aantal nieuwe garens ontwikkeld met eigenschappen die de consument helaas nog niet goed kent en die snel afgedaan worden als synthetisch, dus niet prettig, zweterig en plakkerig, statisch. Sowieso worden polyester en polyamide vaak over één kam geschoren, terwijl polyamide niet statisch is en veel minder zweterig dan polyester.
Bij de nieuwe garens die eigenlijk ontwikkeld zijn voor topsport, was het doel, de draag- en onderhoudseigenschappen van stoffen te optimaliseren. Dit is bij deze garens uitstekend gelukt zoals bij micro-polyesters en vooral bij micro-polyamide. Deze stoffen plakken niet meer, zijn niet meer statisch, nemen geen vocht op maar transporteren, door de structuur van het garen, transpiratievocht naar buiten waar het verdampt. Deze stoffen voelen zowel 's zomers als 's winters zeer aangenaam aan en zijn heel gemakkelijk in onderhoud, zoals: Tactel, micro-continupolyamide, Meryll, micro-stapelpolyamide.
Ook in viscose zijn nieuwe garens ontwikkeld die sterker zijn, makkelijker in onderhoud, minder kreuken beter wasbaar en milieuvriendelijk zijn, zoals: Lyocell, Tencel: stapelviscose, zeer milieuvriendelijk productieproces (merknaam); polynosic, stapelviscose (ongeveer als Tencel maar van andere fabrikanten); cupro, continuviscose met de eigenschappen van zijde (viscose met een speciale koper finish). Bamboo en mais: De stengels worden gebruikt voor het vervaardigen van viscose vezels in plaats van hout.
Finish
Finish betekent veredelen of afwerken. Zowel garens als stoffen worden, nadat ze geproduceerd zijn, gefinisht. Met een finish kun je ook weer aan garens en stoffen bepaalde eigenschappen meegeven: verven, bleken, bedrukken, coaten, waterafstotend maken, ruwen, teveel om op te noemen. Bij de garens waar truien uit gebreid worden wordt altijd het garen gefinisht, dit heet garenverf. Bij t-shirts en stoffen voor confectie wordt meestal eerst de stof gebreid of geweven en daarna gefinisht, dit heet stukverf. Garenverf heeft het voordeel dat het bijna nooit afgeeft. Bij stukverf is het een combinatie van het garen, het soort verf en de verfmachine waarin de stof geverfd wordt, of de stof afgeeft of niet. Linnen b.v. is een hele harde en sterke vezel, wat inhoudt dat de verf er heel moeilijk indringt. De verfstof blijft dus op de vezel liggen waardoor linnen snel afgeeft.
Polyester en polyamide kunnen minder goed tegen hoge temperaturen, ze kunnen heel goed op lage temperatuur, met hoge druk, geverfd worden (milieuvriendelijk) en geven niet af.
Gebreide stof
Een garen dat gebreid wordt op een breimachine. Deze stoffen zijn rekbaar en soepel met een hoog draagcomfort. Er zijn verschillende manieren van breien:
- De rondbreimachine: deze machine breit hoofdzakelijk de fijnere gesponnen garens, met of zonder Lycra, zoals de katoenen en viscose tricot.
- De kettingbreimachine: deze machine kan alleen gladde continugarens breien, polyester, polyamide en continuviscose, met of zonder Lycra.
- De vlakbreimachine: hierop worden de dikkere en wollige garens gebreid voor truien en kunstbont.
- Dan nog handbrei natuurlijk. Dit is gewoon het ouderwets breien op breipennen.
Geweven stof
Een garen dat geweven wordt op een weefgetouw, van ketting en inslag. Deze stoffen zijn niet rekbaar (behalve als ze in combinatie of intiem met Lycra geweven worden).
Weefgetouwen worden in vier soorten ingedeeld:
- Voor fijne weefsels zoals viscose, zijde, cupro, voiles en voeringstof. Deze heten zijdeweefgetouwen.
- Voor de middengewicht weefsels zoals linnen, wol, wol/viscose, wol/polyester enz., gebruikt voor jasjes, rokken en broeken
- Voor de dikke weefsels zoals de dikke wollen stoffen die gebruikt worden voor o.a. jassen.
- Jacquard getouwen: deze worden gebruikt voor ingeweven dessins.
Conclusie
Als U de bovenstaande informatie heeft gelezen begrijpt U wel, dat ieder kledingstuk dat U bij ons koopt zijn eigen specifieke kwaliteitsnormen, eigenschappen en valkuilen heeft en dat er met de vijf grondstoffen waar we dit verhaal mee begonnen, honderden variaties van garens en stoffen mogelijk zijn. Eigenlijk zouden we aan ieder kledingstuk een heel verhaal over de stof, het garen en hoe het te behandelen moeten hangen maar dat zou veel te ingewikkeld worden.
Bovendien moeten wij ons, via het kwaliteitsetiket / wasvoorschrift dat in ieder kledingstuk ingenaaid zit, houden aan de voorschriften van de warenwet.
De warenwet schrijft voor wat wij voor de consument op het kwaliteitsetiket moeten vermelden:
- De negen basiskwaliteiten: katoen, linnen, wol, zijde, viscose, polyester, polyamide, acryl en elastomeer (Lycra).
- In welk percentage die in het kledingstuk voorkomen.
- Hoe het gereinigd moet worden: wassen en op welke temperatuur of chemisch reinigen.
Deze informatie is wel heel erg beperkt en zegt veel te weinig over de werkelijke eigenschappen van onze bijzondere stoffen.
Daarom is in al onze filialen over ieder kledingstuk informatie aanwezig waarin uitgebreid ingegaan wordt op de bijzonderheden van de stoffen die wij gebruiken. Schroomt u niet deze extra informatie te vragen bij het aanschaffen van een kledingstuk.